F) Mouleren

Mouleren

________________________________________________________________________________________________________________

INDEX

  1. Het doel van een moule.
  2. Wat is gips?
  3. Typische kenmerken van gips / nadelen, gevaren van gips.
  4. Het afwegen van gips.
  5. Het inzepen van de gips.
  6. Tips en weetjes.
  7. Het gieten van de gips.
  8. Gips over de moedervorm aanbrengen.
  9. Een ééndelige moule.
  10. Een meerdelige moule.
  11. Mouleren met gipsverband.
  12. Mouleren met alginaat.
  13. Plaasterverwerking / plaatster trekken.
  14. Plaaster draaien.

________________________________________________________________________________________________________________

 

1. Het doel van een moule

Het maken van een moule is eigenlijk het maken van een steunvorm.  Aan de hand van deze steunvorm kan je op een heel secure manier objecten, vormen reproduceren.  Het vervaardigen van een steunvorm kan in verschillende materialen.  Een moule kan worden gemaakt uit rubber, polyester, alginaat, … .  In de keramiek maken we echter het meest gebruik van gipsen moules.

Om een moule te kunnen maken hebben we altijd een object nodig dat we zullen afgieten.  Dit object, de oorspronkelijke vorm noemen we de moedervorm.  Deze moedervorm kan een bestaande vorm zijn of een vorm die je zelf maakt uit klei, gips of een ander materiaal.

In de verdere bespreking van het mouleren zal ik het woord moule gebruiken.  Hiermee bedoel ik dan wel een gipsen moule.

 

 

2. Wat is gips?

Gedeeltelijk gedeshydrateerd calciumsulfaat CaSO42H2O.  Het is een zwavelzure kalk die wordt gemalen en gebrand tot 120°C zodat zowat de helft van het kristalwater eruit verdwijnt.

 

3. Typische kenmerken van gips.

–          Gips neemt zeer nauwkeurig de vorm van de ondergrond aan waarop het wordt aangebracht.

–          Tijdens het uitharden zet gips lichtjes uit.

–          Als de gips volledig is uitgedroogd, wordt het weer poreus.  Dit geeft het voordeel dat de gips water uit de klei zuigt waardoor deze van de gips los komt.

Nadelen/gevaren van gips.

–          Gips is eigenlijk een vijand van klei.  Er mogen geen stukjes gips in de klei vermengd raken.  Deze kunnen tijdens het bakken stukken van de scherf laten afbreken.  Zelfs na het bakken kan het dat er nog stukken scherf van het werkstuk afbreken omdat er gips in de klei zit.

–          Gips kan je niet te lang bewaren, zeker niet als de zak gips geopend is.  De gips neemt dan water op uit de lucht en zal bij het verwerken niet of niet goed meer harden.  De gips is dan waardeloos geworden.

 

4. Het afwegen van de gips.

We wegen de gips altijd af omdat:

Zonder afwegen kan/zal je nooit twee maal exact dezelfde hardheid van gips bekomen.  Als het water warmer of minder warm is, zal er meer gips in je emmer water gaan.  Het gevolg hiervan is dat als je met een meerdelige moule werkt, de delen niet gelijk gaan aanzuigen omdat deel 1 een samenstelling heeft van bv. 1200gr/liter water en deel 2 een samenstelling heeft van 1350gr/liter water.  De risico’s op breuk in keramiek zijn al groot genoeg, waarom zouden we deze nog groter maken?

Daarom is normaal gesproken

de verhouding: 1,3 kg gips / 1 liter water

Schematische weergave van de verhoudingen gips

Water Gips
Moedervorm 1 liter 1,5 kg
Gietmal 1 liter 1,3 kg
drukmal 1 liter 1,4 kg

2. De verschillende stappen om de gips te vermengen.

–          We strooien telkens een hand vol gips op het wateroppervlak.

–          We wachten telkens tot het laagje gips volledig onder het water is verdwenen.

–          Dan pas strooien we een nieuwe laag.  (In het begin zal de gips sneller zakken dan op het einde.)

–          Als alle gips in het water is gestrooid, mag je gerust een minuut wachten voor je begint te roeren.  Zo geef je de gips de tijd om gelijkmatig het water te absorberen.

–          Eénmaal je begint te roeren, hou je de hand onder het water met gips, zodat je luchtbellen in de gips vermijdt.

–          De snelheid van hard worden hangt af van:

1.      de soort gips die je gebruikt.

2.      de ouderdom van de gips (hoe ouder hoe trager).

3.      de warmte van je water waarmee je de gips hebt vermengd.  In lauw water zal de gips sneller opstijven.

–          Als de gips goed vermengd is kan je de emmer met gips enkele malen tegen de grond kloppen.  Je zal zien dat luchtbellen naar boven komen.  Deze kan je er met een lepeltje afscheppen.

Aanbrengen van de gips rond de moedervorm.

Het maken van moules met gips kan op twee verschillende manieren gebeuren.  Je kan een bakje rond de moedervorm aanbrengen en daarin de gips gieten (=gips is vloeibaar romig) en je kan de gips zelf op de moedervorm aanbrengen (=gips is al meer opgesteven.).

Enkele basisregels:

 

 

5. Het inzepen van de gips.

Gips heeft een groot aanzuigeffect.  Daarom moeten sommige zaken ingezeept worden zodat we niet het risico lopen dat we de vorm niet meer van de moule los krijgen.

Zeep: we gebruiken niet eender welke zeep.  We gebruiken zeep op basis van lijnzaadolie.  Deze gaan we al dan niet aanlengen zodat we een mooie vloeibare substantie krijgen.

Het aanbrengen van de zeep: het inzepen dient heel precies te gebeuren.  Een dikke laag zeep laat sporen na in het gips en heeft soms zelfs een bijtend effect op gips.  Dit is niet ideaal als je achteraf perfecte reproducties wil bekomen.  We gaan de zeep dus in verschillende laagjes aanbrengen.  We zepen in, daarna halen we met toiletpapier of keukenrol de overtollige zeep weg.  Dit herhalen we enkele maken tot we een mooie blinkende filter op het oppervlak zien liggen.

Wat gaan we inzepen: we zepen alles wat een poreus oppervlak heeft in.  B.v. een moedervorm uit gips, een moedervorm uit hout, … Gladde oppervlakken kan je eens inzepen en daarna de meeste zeep weer weghalen zodat er een vet laagje op ligt.

Wat moet niet ingezeept: moedervormen uit klei, de plankjes waarmee je je vorm afzet om de gips in te gieten.  De plank waarop de moedervorm staat (je werkt wel het best op een glasplaat).

Zelf je zeep maken: het maken van geconcentreerde mouleer zeep.

Formule 1 (EKWC)

– Blok zeep op basis van olijfolie in stukken breken                         100 gr

– Water                                                                                              650 ml

– Zonnebloem olie                                                                             300 ml

Werkwijze

–          Breng het water aan de kook.

–          Voeg de stukken zeep eraan toe.

–          Laat het geheel 30 minuten sudderen tot de zeep volledig is opgelost.

–          Laat het geheel NIET afkoelen, maar meng met een klopper de zonnebloem olie erbij tot je een mayonaise – achtige substantie verkrijgt.

–          Voeg er 30 – 50% water aan tot voor je het gebruikt.

 

 

6. Tips en weetjes.

–          Als je tijd wil besparen, kan je best je gips aanmaken in plastiek zakken die je in een emmer spant.  Na het gipsen werp je die zak gewoon weg in de vuilbak.  Dit bespaart je veel werk en emmers die nooit meer worden uitgekuist.

–          Giet gips nooit in de afvoer / wasbak zonder dat er een bezinkbak aan is geïnstalleerd.  Dit kan heel ernstige verstoppingen voorkomen!

–          De klei tast de gips aan, moules die je maakt om werkstukken te reproduceren kunnen maximaal 20 tot 25 afgietsels aan.

–          Zorg ervoor dat aan je moule die je achteraf wil gebruiken om met gietklei reproducties te maken geen zeep of andere vette producten meer kleven.  Deze zorgen ervoor dat de gietklei niet meer wordt aangezogen.

–          Om inlegwerk (lappen klei die je in een moule legt) sneller uit de moule te halen kan je de moule met talk inpoederen.

 

 

7. Het gieten met gips.

Wanneer is de gips optimaal om te gieten?

Dit zal je leren door veel oefenen.  Keramisten gebruiken hiervoor verschillende methodes om dit te zien of aan te voelen.  Enkele voorbeelden:

–          Als de gips lichtjes warmer wordt.

–          Als de gips romig – vloeibaar wordt.

–          Als je je hand uit de gips haalt en er tekent zich een mooie witte handschoen op je hand af.

Werkwijze voor het gieten van gips over de moedervorm.

–          Rond de moedervorm zet je met plankjes, doorgesneden emmer, plexi, … een bakje.  Dit naargelang de vorm.  De dikte van de gips moet ongeveer 3 cm zijn.

–          Zorg ervoor dat alles goed dicht is gemaakt (alle naden!!!!) met klei en dat de wanden van je bakje de druk van de gips zullen aankunnen.

–          Als de gips tot de juiste substantie is opgesteven kan je je bakje volgieten.  Let erop om niet op de moedervorm te gieten en dat je niet te hard giet zodat je geen lucht in de moule brengt.

–          Als het bakje is volgegoten en de moedervorm volledig onder het gips zit, klop je nog eens op de onderkant van de tafel om luchtbellen die op de moedervorm zouden kunnen zitten te laten opstijgen.

–          De gips zal verder opstijven en warm worden.  Als hij terug afgekoeld is mag je het bakje weghalen.

–          Zet bij voorkeur alle scherpe randen en hoekjes langs de buitenkant van de moule een beetje rond zodat deze niet makkelijk afbreken bij het gebruiken.

Voordelen van het gieten van de gips.

–          Je krijgt een propere, mooie moule.

–          Je kan op voorhand goed de dikte van de wanden bepalen bij het plaatsen van de plankjes of het plexi rond de moedervorm.

–          De gips vloeit normaal proper rond de vorm.

Nadelen van het gieten van de gips.

–          De moule kan soms nogal zwaar uitvallen omdat het bakje dat je rond je af te gieten vorm plaatst niet de vorm volgt.

–          Er kruipt veel tijd in het voorbereidende werk voor het maken van een bakje rond de vorm die je wil afgieten en de naden met klei afdichten.

–          Als je het bakje rond de vorm niet goed dicht maakt kan de gips wegvloeien en krijg je chaotische situaties, frustraties en een heel wat opkuiswerk.

–          Als je te weinig gips hebt aangemaakt is het mogelijk dat je vorm nog uitsteekt.  Als je dan nog een laag opgiet krijg je een fijne naad.

 

 

8. Gips over de moedervorm aanbrengen.

Werkwijze.

–          Giet eerst een laagje gips over je vorm wanneer de gips romig – vloeibaar is.

–          De rest van de gips breng je aan wanneer de gips een vastere substantie geworden is.

–          Zorg ervoor dat je overal een gelijke wanddikte bekomt.

Voordelen van het gips op de vorm te leggen.

–          Je hebt alles onder controle.  Je kan nog gips bijmaken en over de eerste laag leggen zonder dat er naden te zien zullen zijn, want de vorm is al volledig bedekt.

–          Je moule zal niet zoveel wegen want je gaat mee met de vorm die je wil mouleren.

Nadelen van gips op de vorm te leggen.

–          De moule kan je minder proper afwerken (de buitenkant), je moet de moule bijwerken, bijraspen zodat er niets van kan afbreken.

–          Het is moeilijk te bepalen hoe dik je de gips gelegd hebt.  Dit kan van groot belang zijn bij het gieten met gietklei.  Hoe gelijkmatiger de wanddikte, hoe gelijkmatiger de gips de gietklei zal aanzuigen.

 

 

9. De ééndelige moule.

Het woord zegt het zelf, een ééndelige moule bestaat uit één deel.  Hierboven krijg je enkele voorbeelden te zien.

 

 

10. De meerdelige moule.

(foto’s atelier Evelien Dewinter)

Een meerdelige moule bestaat dan logischerwijze uit meerdere delen.  Dit is normaal gezien het gevolg van de meer complexer moedervorm waarvan een moule en kleireproducties dienen te worden gemaakt.  Bij gesloten vormen voorzie je een gietgat.  Langs dit gietgat wordt de gietklei ingegoten en uitgegoten.  Als je de moule ook van een gietstop voorziet en je draait de moule na het uitgieten zodanig dat de resterende gietklei op de gietstop loopt, dan krijg je een volledig gesloten vorm.

Lichaamsdelen mouleren.

 

11.  Met gipsverband.

(foto’s keramiekatelier Academie Ieper – Geel)

Een eerste mogelijke techniek voor het maken afgieten van lichaamsdelen is het gebruik van gipsverband.  Dit is makkelijk te verkrijgen bij de apotheker.

Werkwijze:

–          Wrijf het lichaamsdeel dat je wil mouleren in met vaseline.

–          Je gaat vooraf het gipsverband versnijden in stroken (grote en kleine).

–          Zet een bakje water klaar.

–          Je neemt een strookje en haalt het door het water.

–          Breng het aan op het lichaam en wrijf alles goed dicht en vast.

–          Het volgende strookje breng je zo aan dat het het vorige overlapt.

–          Bij het gezicht start je met de grote omtrek met grote lappen om daarna met kleinere stukjes de moeilijkere stukken zoals neus, ogen en mond dicht te maken.  Laat de neusgaten open.  Deze maak je langs de buitenkant dicht als het masker van het gezicht is gehaald.

–          Als je een volledig hoofd of een arm wil afgieten, moet je dit in 2 delen doen, zodat deze makkelijk kunnen worden los gemaakt van het lichaam (principe 2-delige moule).  De plaatsen waar de twee delen tegen elkaar komen moeten worden verdikt.  Deze verdikking mag zeker 5 laagjes dik zijn.  Smeer die ook in met vaseline voor je aan het tweede deel begint.  Ook hier breng je een verdikking aan tegen de verdikking van deel 1.  Achteraf gaan de twee delen dan perfect tegen elkaar aansluiten.

 

 

11. Met alginaat.

Alginaat is een soort rubber/latex dat in de handel verkrijgbaar is en waarmee o.a. tandartsen afdrukken van het gebit maken om die te reproduceren.  Het product is in poedervorm te verkrijgen en dient te worden vermengd volgens de aanwijzingen op het pakje alginaat.

Je brengt het voorwerp (eerst insmeren met vaseline) dat je wil afgieten aan in het vloeibare alginaat.  Dit stijft snel op tot een soort rubber.  Nu kan je voorzichtig het voorwerp uit de rubber verwijderen.  Je kan de negatieve vorm in het alginaat volgieten met gips.  Daarna verwijder je de alginaat (meestal is die dan verloren).  Nu heb je een moedervorm in gips waarvan je een moule kan maken.

 

 

13.Plaasterverwerking / plaaster trekken.

Foto’s atelier Liesbet Van Huysse

Bij plaasterverwerking trek je vormen (moedervormen) in de halfzachte gips door middel van sjablonen.  Deze moedervormen kan je dan ook opnieuw gaan mouleren.

 

 

14. Gipsdraaien.

Bij het gipsdraaien maak je ook moedervormen in gips.  Je giet in een vorm gips op de draaischijf.  Deze gips ga je afdraaien tot de gewenste (moeder)vorm.  Hier kan je dan ook weer een moule van maken.

Let wel: het is aangewezen om daarvoor specifiek één draaischijf te voorzien.

Advertisements