B) klei aanpassen aan je werk

De klei aan te passen aan je persoonlijk werk.

——————————————————————————————————————————————————————————————————————–

INDEX

  1. Deflocculanten
  2. Chamotte
  3. Molochite
  4. Kwarts
  5. Bentoniet
  6. Bentone EW
  7. Cellulose vesels
  8. Vlasvezels
  9. Papiervezels
  10. Veldspaat
  11. Nepheline Syenite

——————————————————————————————————————————————————————————————————————–

1) Deflocculanten (zie extra uitleg bij hoofdstuk over gietklei verder in de cursus.)

Deflocculanten zijn stoffen die “ontvlokken”.  Gewoon gezegd, ze gaan het klonteren tegen.  Het resultaat is een lagere viscositeit (dunner, vloeibaarder) zonder dat extra water is toegevoegd.

Enkele Deflocculanten: Sodium silicate (= water-glas), sodium carbonaat (soda ash of gecalcineerde soda).

Merknamen: Dolapix (PC67), Darvan7, Darvan 811, Dispex, Giessfix, …

Deflocculanten worden frequent gebruikt in gietklei.  Het is helemaal niet aan te raden deflocculanten toe te voegen aan gewone klei.  Dit kan moeilijkheden veroorzaken bij het vormgeven bij het opbouwen van een werk met klei.  Het zou eventueel kunnen worden toegevoegd bij gewone klei als je platte tegels of platte lappen klei maakt.

Noot: het gebruik van calgon (sodium metaphosphate) als deflocculant wordt door het EKWC (Europees keramisch werkcentrum, www.ekwc.nl ) afgeraden.  Het zou de gietklei remmen om de vorm van de mal/moule aan te nemen bij gietwerk.

2) Chamotte (*1)

Dit is één  van de belangrijke componenten in de meeste soorten klei en onontbeerlijk als je groter werk gaat opbouwen.  Verglaasde chamotte is aan te raden en haast essentieel in een werkstuk voor buiten dat vorstbestendig moet zijn.  Chamotte met een hoog silica (kwarts) gehalte (meer dan 70%) kan de uitzetting van het werkstuk verhogen tijdens de kwartssprong (zie bij: ‘het bakken van de klei’ verder in de cursus).  Deze chamotte is goed werkbaar voor middelgroot en kleiner werk.  Deze chamotte is ook heel bruikbaar voor functioneel werk.  Het zal ook de aanhechting van glazuur niet al te veel beïnvloeden.

Chamotte met een hoog gehalte aan aluminium oxide is beter voor groot werk en complexe vormen.

De chamottekorrels kunnen in verschillende groottes worden gekocht.  Let wel, als je chamotte koopt met korrelgrote van bv. 0,5mm zal dit de maximum grootte zijn.  Een groot deel van de korrels zal echter (veel) kleiner zijn.

3)  Molochite (*1)

Molochite is dan weer een specifiek type van chamotte.  Het is gemaakt van kaolien en voorgebakken op zeer hoge temperaturen (gewone chamotte is ook voorgebakken maar op lagere temperaturen).  Het heeft een witte kleur en vermindert de spanning van het werkstuk tijdens het stook en afkoelingsproces aanzienlijk.  Daarom is molochite héél geschikt als ingrediënt in de klei voor het vervaardigen van grote of complexe werkstukken.  Ook in grote tegels of werk dat meerdere malen moet worden gestookt is het aan te raden molochite te gebruiken.

Kleine hoeveelheden kunnen worden toegevoegd aan porseleinklei voor het maken van grote stukken.  Ook hier gaat de molochite de vervorming tegen en zal de krimp tijdens het stoken verkleinen.  Het nadeel van molochite in porselein is echter de vermindering van de doorschijnendheid en de minder witte kleur die het werkstuk zal hebben (wat net twee van de typische kwaliteiten van porselein zijn.).

Aan te raden korrelgroottes zijn (EKWC):

  • 0 – 0,5 mm
  • 0 – 0,18 mm
  • 0 – 0,125 mm

4)  Kwarts (*1)

In klei is de aanwezigheid van kwarts zeer gebruikelijk.  Het is relatief goedkoop in vergelijking met chamotte en molochite.  Toch is het niet aan te raden meer kwarts toe te voegen aan klei om mee op te bouwen, grote tegels te maken, complexe werkstukken te maken.  Dit omdat een teveel aan kwarts het gevaar op breuk vergroot tijdens de kwartssprong (zie verder: ‘het bakken van de klei’).  Je kan bij functioneel werk dat niet complex is kwarts toevoegen, dit vergroot de aanhechting van het glazuur.

Kwarts is echter wel essentieel in porselein.  Als het in de juiste hoeveelheden wordt toegevoegd vergroot het de doorschijnendheid van porselein en verkleint de kans op vervormen en scheef trekken.

Noot (*1): Chamotte, molochite en kwarts zijn materialen die kunnen worden toegevoegd aan de klei om:

  • De plasticiteit onder controle te houden.
  • De sterkte van het werkstuk te vergroten (na het bakken).
  • Ze creëren een meer open structuur in de klei waardoor de krimp verkleint.

5)  Bentoniet (*2)

Bentoniet is een heel plastisch materiaal dat hoofdzakelijk bestaat uit montmorilloniet.  Om de plasticiteit van de klei te verhogen kan je het in de klei toevoegen tot ongeveer 3%, maar minder volstaat meestal ook al.  Een nadeel is wel dat de meeste bentoniet een percentage ijzer bevat.  Deze heeft een invloed op de kleur na het bakken, zeker in een witbakkende klei (zoals porselein).  Een oplossing kan een van ijzer gezuiverde bentoniet zijn.  Eén gram Bentone (zie hieronder) staat voor 5 gram bentoniet.  Nadeel van bentoniet is wel dat het de droogkrimp zal doen toenemen.

6)  Bentone EW (*2)

Bentone EW (merknaam) is een extreem plastisch materiaal en bestaat hoofdzakelijk uit klei mineralen die behoren tot de smectite groep.  Het is een heel puur materiaal en bevat nauwelijks ijzer oxide.  Daarom is het ook heel bruikbaar in porseleinklei.  Omdat het zo plastisch is wordt het ook maar in kleine hoeveelheden toegevoegd, tussen de 0,8 en 1,2%.  Alternatieven voor Bentone EW zijn de merken Veegum en Macaloid.

Noot (*2): Bentoniet en Bentone EW maken de klei plastisch.  Slechts kleine hoeveelheden moeten worden toegevoegd.  Met uitzondering van gietklei (de ultra fijne mineralen belemmeren de poriën van de moule) kan je ze aan elk type klei toevoegen als een grotere plasticiteit of werkbaarheid van de klei nodig is.  Er bestaan nog andere producten dan bentoniet en Bentone EW om de klei meer plastisch te maken.

7) Cellulose vezels

Cellulose vezels zijn plantaardige vezels.  Er zijn vele soorten cellulose vezels die kunnen worden gebruikt.  Enkele voorbeelden zijn: Katoen, hennep, vlas, … .  De vezels verschillen in lengte van enkele millimeters tot enkele centimeters, naargelang hun oorsprong en de manier waarop ze zijn vervaardigd of verwerkt.  De vezels verbeteren:

– De sterkte van het werk

– De cohesie

– De weerstand tegen scheuren bij het drogen.

– De sterkte van het droge (ongebakken) werk.

8 )  Vlas vezel

Het voordeel van vlasvezel (ze moet mechanisch verwerkt zijn tot vlasdraden die versneden zijn tot ongeveer 2 cm) ten opzichte van andere vezels is dat ze niet tot pulp moet worden verwerkt alvorens in de klei te verwerken.  Je kan ze onmiddellijk aan de klei toevoegen.  De vlasdraden vallen uiteen in ontelbare cellulosevezels met een lengte van ongeveer 0,8 mm tijdens het mixen van de klei.  De vezels mogen worden toegevoegd in de verhouding 1 (vezels) op 1 (klei).  Het kan aan alle kleisoorten worden toegevoegd met uitzondering van giet klei en gietporselein.  De vlasvezels kunnen worden gekocht (minimum hoeveelheid 100 kg) in België bij Devalin NV, Noordstraat 11 – 16, 8560 Moorsele (Zie ook einde van de cursus, ‘adressenlijst verdelers van producten’).

9) Papier vezels.

Papier is ook gemaakt uit verschillende soorten van cellulosevezels.  Papiervezels kunnen worden gebruikt in alle kleisoorten, ook in gietklei.  Om cellulosevezels uit papier te bekomen kunnen verschillende soorten van papier worden gebruikt.  Goeie resultaten kunnen worden bekomen met toiletpapier.  Toiletpapier is goed en makkelijk bruikbaar als het geen (of niet veel) lijm bevat.

10) Veldspaat

Veldspaat heeft een lang smeltinterval (het smelt niet abrupt) daardoor is het uitstekend geschikt om het sinterpunt van de kleimassa te verlagen.  Het verhoogt de expansie en inkrimping, maar omdat het kwarts en cristobaliet opneemt tijdens het smelten, verlaagt het de spanning in een kleimassa als deze boven 1100°C of hoger gestookt wordt.  Gewoonlijk wordt kaliveldspaat aan een kleimassa toegevoegd.  In een kleimassa die gestookt wordt tussen 1060°C en 1240°C kan nepheline Syenite worden toegepast.  Nepheline Syenite behoort ook tot de familie van de veldspaatachtigen, het bezit een lager smeltpunt dan kaliveldspaat.

11) Nepheline syenite

Nepheline syenite kan om twee redenen aan een kleimassa worden toegevoegd.  Het verlaagt het sinterpunt van de kleimassa, waardoor de mechanische sterkte op temperaturen boven 1060°C verhoogd wordt.  Tevens is het in staat om kwarts door versmelten (boven 1100°C) op te laten nemen, waardoor er minder spanning ontstaat tijdens het koelen en in de eventueel daaropvolgende stook.  Nepheline syenite vergroot wel de stookkrimp.

Advertisements